Vorige pagina
Voorgaande expositie meer informatie

Theo den Boon 

Den Boon’s abstract-expressionistische aanpak is het best te omschrijven als een gedreven soort schildershandschrift . Den Boon is deze weg ingeslagen door zich op een eigen wijze van een beeldtaal te ontwikkelen. De ene keer overheersen in zijn werkstukken tedere, transparante tinten blauw of geel dooraderd door ferme strepen en spikkels. Ook confronteert den Boon krachtige kwaststrepen met brutaal vloeiende verfplassen en witte vlakken, die als afbakening van de actie in de compositie fungeren. Een andere keer strijden meer tekenachtige symbolen of signalen om de aandacht van de toeschouwer, vanuit weer een wit veld met strikt primaire frisse kleuren: geel, rood en blauw. Al doende lijken deze signalen zowel letterlijk als figuurlijk enige orde te scheppen in de opgeroepen chaos. Maar lang voordat de totale ordening in zicht komt, weet den Boon het mysterie en de spanning in zijn composities te bewaren door gewoonweg op het juiste moment zijn schildersenergie te kanaliseren of haar een halt toe te roepen. Zo wordt de toeschouwer steeds opnieuw een fascinerende blik gegund in een heldere droomwereld van kleurenecho’s, het opengestelde prive-domein van Theo den Boon, schilder pur sang. 

Wlad Safronow 
Het is onmogelijk het voorzichtige en niet opdringbare aanbrengen van kleuren op zijn schilderijen niet op te merken. Het lukt Wlad, een zacht lyrische kleurenscala te gebruiken, welke vanaf de muur waarop zijn schilderijen hangen een zachte zoemtoon meegeven. In herinnering komen de woorden van Henri Matisse:  “Door kleuren kan Ik  al mijn gevoel tot uitdrukking brengen”.  Het lukt Wlad, met behulp van zijn penseel en kleur, onze gedachten en emoties op te nemen en ze ons weer terug te geven, waarbij ze in een ander bewustzijn veranderen en scherpe contouren krijgen. Onze eigen emoties komen hiermee op een ander niveau. De kunstenaar denkt na over het lijden en de melancholie, over het vergankelijke en het eeuwige, over het goede en het kwade. Zijn eigen binnenwereld komt via deze gedachten op het doek en verenigt zich met dat wat wij als buitenwereld aan hem mee hebben gegeven. Achter ieder schilderij verbergt de kunstenaar een bedoeling welke men in eerste instantie niet opmerkt. Die bedoeling begrijpen en iets nieuws erin te ontdekken wat de voorstelling in zich bergt, daarin wordt de kijker uitgedaagd in te gaan en het te ondergaan. 


Maya Zeeman

Zoals ze is, zo zijn haar schilderijen: kleurrijk en vol passie. Duidelijk in haar schilderijen zijn de ervaringen te zien van haar omzwervingen over de wereld (Borneo, Nieuw-Guinea, Curaçao ).Spirituele elementen uit Indonesië, de creatieve geest uit Nieuw-Guinea en de arme kleurrijke ambiance van Curaçao hebben haar mede gevormd tot wie zij is. Ze heeft spanning en uitdaging nodig om te kunnen functioneren en is voortdurend op zoek naar ‘nieuw’ en ‘anders’.  Dat komt tot uiting op haar doeken die een grote diversiteit kenmerken. Voor Maya is dit de herkenning van haarzelf: geen gematigd mens, een mens van uitersten. Waar emotie en passie de boventoon voeren, schieten woorden tekort. De stemmingen van het moment leiden tot fantasie in abstractie. De mens als boeiend fenomeen is voor Maya niet weg te denken uit haar leven. Na 15 jaar ervaring als toneelregisseur en acteur ook niet verwonderlijk. De overeenkomst tussen acteren en schilderen is, behalve een kunstvorm, het ontwikkelen van lef om je kwetsbaar te durven maken. De confrontatie met jezelf is in beide kunstuitingen manifest. Als regisseur liet Maya haar spelers altijd ‘vertrekken’ vanuit hun emoties en nooit vanuit de tekst. Tekst is wel belangrijk, maar ondergeschikt aan de emotie. Zonder emotie is er geen geloofwaardigheid. Emoties liegen nooit. Ook niet op haar doeken. Zij voelt wat ze voelt en wil dat niet negeren !  

René van Dam
Zijn beelden modelleert hij naar de natuur. Wat hij ziet, legt hij op een snelle manier vast in was. Zou hij later, zonder model, nog wat proberen te versterken, dan verliest het beeld zijn kracht. De spontaniteit waarborgt de weergave van de spanning die hij waarneemt in de houding van het model. Hij bouwt het beeld op met dunne plakjes was, waardoor een steeds wisselende schaduw het beeld extra dynamiek geeft. Gezichten laat hij achterwege, ze zouden afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van zijn beelden. Hij speelt met de verhoudingen, laat er zijn fantasie op los, overdrijft wat hij ziet. Hierdoor ontstaan de kenmerkende lange benen. De waan van alle dag achterlatend: gemoedelijkheid, mijmeringen, allerlei stemmingen vindt hij terug in zijn werk.Ze nodigen uit tot reflectie. Het resultaat is altijd weer verrassend.Ontrafeling om te komen tot de kern van dingen is voor hem heel wezenlijk. Luchtigheid en eenvoud in thema’s en in uitvoering weerspiegelen zijn kijk op het leven. Hij probeert zichzelf niet te serieus te nemen, tevreden te zijn met het klein. Het gieten gaat volgens de cire perdue methode (verloren was), elk beeld is een unica. Het afwerken, slijpen en patineren, doet hij zelf.René levert zijn beelden in principe met sokkel, ‘ze dienen in harmonie te zijn met het werk, zijn ondersteunend, versterkend’. 

Till en Pleun
Till en Pleun vormen een duo dat een vriendschapsband voor het leven heeft gesmeed. Zowel de dagelijkse beslommeringen als het creëren van beeldende kunst zijn bezigheden die door het koppel worden gedeeld. Boetseerklei is vooral de materie waarmee ze ruimte kunnen geven aan hun persoonlijke artistieke gevoelens. Overeenkomsten zijn er zeker in hun werk. Beide hebben een voorliefde voor de proporties van mens en dier die ze dikwijls in gecombineerde vorm gestalte geven. Daarbij staat de keramiekoven doorgaans garant voor een stevig uitgehard eindproduct.In het stileren van figuratief herkenbare voorstellingen heeft Pleun echter duidelijk haar eigen weg gevonden. In tegenstelling tot Pleun, die zorgvuldig de kern van het materiaal wegsnijdt. Is Till voortdurend aan het opbouwen. Ook zij bezigt in haar werk diverse verschijningsvormen van mens en dier of combinaties daarvan. In dat opzicht is er bij Pleun en Till beslist sprake van een stukje artistieke kruisbestuiving binnen de muren van hun atelier. 

Harry Hutjens

Voor de ontwikkeling van zijn sieraadkunst, observeert Harry lijnen en vlakken die hij in een reeks schetsen op papier zet. Vanuit deze basisschetsen selecteert hij de tekeningen die in een volgend stadium met gevoel voor design verder uitgewerkt worden. Pas daarna kan een ontwerp in goud of zilver worden uitgevoerd. Het contour van zijn sieraad oogt fragiel, maar door het in balans brengen van vormen, ontstaat een krachtig ontwerp dat ruimte uitstraalt. Al dan niet met accenten van briljant.  De individuele stukken hebben alle eenzelfde kenmerk van harmonie, doorzichtigheid en beweging.  Dit komt mede door de opleiding van Harry aan de Vakschool van Schoonhoven en de Jan van Eyck kunstakademie te Maastricht. Hutjens is een kunstzinnig ontwerper en een technisch begaafde constructeur. De manier waarop hij bijvoorbeeld sieraadsluitingen harmonisch in de vorm weet te integreren, is verrassend en verantwoord. Het is als het ware een handtekening welke het bijzondere onderstreept in zijn verschillende collecties.